Ga naar inhoud

Begrippen

Muntar gebruikt zeven woorden steeds opnieuw. Hieronder staat per woord wat het betekent en waar je het in het scherm tegenkomt. Onderaan staan twee groepen erbij: de woorden die je nodig hebt zodra je in meer dan één munt werkt, en de woorden die alleen bij het inloggen langskomen.

Begrip Wat het is
Werkruimte Alles van één administratie bij elkaar, met de mensen die erbij mogen
Entiteit Een deel van je vermogen dat zelfstandig moet kloppen, zoals privé of je onderneming
Rekening Een plek waar geld of bezit staat, binnen precies één entiteit
Categorie Waar geld vandaan komt of heen gaat, in een boom
Boeking Eén gebeurtenis op één datum, vastgelegd in de boeken
Sjabloon Het soort boeking dat je maakt, en dus welke velden je invult
Import Een bestand met bankregels dat je uploadt en beoordeelt

De werkruimte is de buitenste ring. Bij het aanmaken van je account vul je “Naam van je werkruimte (bijvoorbeeld je eigen naam)” in. Alles wat je daarna doet, hoort bij die werkruimte: je entiteiten, je rekeningen, je boekingen, je regels en je API-keys.

Een werkruimte heeft één basisvaluta. Alle bedragen op het overzicht staan in die valuta. Zie ook “Woorden over geld in meer dan één munt” onderaan deze pagina.

Een werkruimte kan meer dan één lid hebben, elk met een eigen rol. Wie alleen mag kijken, krijgt bij een poging tot wijzigen de melding “Je hebt alleen leesrechten in deze werkruimte.” Sommige instellingen zijn voorbehouden aan de eigenaar: “Alleen de eigenaar van deze werkruimte kan dit wijzigen.” De verdeling staat op Rollen.

Gegevens van verschillende werkruimtes komen elkaar nooit tegen. De database bewaakt die grens zelf, niet alleen de applicatie. Zie Beveiliging.

Een entiteit is een deel van je vermogen dat op eigen benen staat. Je kiest bij het aanmaken een type: “Privépersoon”, “Eenmanszaak (ZZP)”, “VOF”, “BV” of “Huishouden”. Het type bepaalt welke rekeningen en categorieën Muntar meteen voor je aanmaakt.

Elke rekening hoort bij precies één entiteit. Elke boeking blijft ook binnen één entiteit. Geld van je privérekening naar de rekening van je onderneming boek je daarom met het sjabloon “Kapitaalstorting” en niet met “Overboeking”: Muntar maakt dan twee gespiegelde boekingen, één per entiteit, die aan elkaar gekoppeld blijven. Op het overzicht staat dat bedrag apart als “Onderling geëlimineerd”, zodat hetzelfde geld niet dubbel meetelt. Zie Boekingen tussen entiteiten.

Een rekening is een plek waar iets staat. Bij het aanmaken kies je onder “Soort rekening” uit: “Betaalrekening”, “Spaarrekening”, “Contant”, “Beleggingsrekening (bijv. DEGIRO)”, “Pensioenbeleggen”, “Overig bezit (auto, vastgoed)” en “Lening of schuld”.

Elke rekening heeft een liquiditeit: “Liquide”, “Beperkt opneembaar” of “Niet liquide”. Dat is wat het overzicht gebruikt om te bepalen welk deel van je vermogen je op korte termijn echt kunt inzetten.

Een betaal-, spaar- of beleggingsrekening kan een of meer IBAN’s dragen. Daarmee herkent Muntar bij een import welke regel bij welke rekening hoort. Zie Rekeningsoorten en IBAN’s.

Categorieën zeggen waar geld vandaan komt en waar het heen gaat. Ze staan in een boom, dus een categorie kan onder een andere hangen. Muntar maakt bij een nieuwe entiteit een startset aan. Op het scherm “Entiteiten en rekeningen”, dat je opent via “Rekeningen & entiteiten” in het accountmenu, staat die per entiteit achter “Categorieën”.

Je past de boom daarna aan naar je eigen indeling, op de kaart van die entiteit onder “Rekeningen & entiteiten”. Zie De categorieboom.

Een boeking is één gebeurtenis: een datum, een bedrag, een omschrijving en een categorie of een tegenrekening. Het is de kleinste eenheid in de boeken.

Een geboekte transactie verdwijnt nooit. Wil je iets terugdraaien, dan maakt Muntar een tegenboeking, die in de lijst met transacties verschijnt als “Tegenboeking: “ met de oorspronkelijke omschrijving erachter. Sommige boekingen zet Muntar zelf klaar, bijvoorbeeld “Beginsaldo” bij een nieuwe rekening met een saldo. Zie Tegenboeking en corrigeren.

Het sjabloon bepaalt wat voor boeking je maakt. Op “Inboeken” staan er zes, in deze volgorde: “Uitgave”, “Inkomen”, “Overboeking”, “Kapitaalstorting”, “Koop belegging” en “Waardering”. Je kiest er een, en het formulier toont daarna alleen de velden die bij dat soort boeking horen. “Overboeking” gaat tussen twee rekeningen van dezelfde entiteit, “Kapitaalstorting” tussen twee verschillende entiteiten.

Sjablonen zijn de enige manier waarop jij en een gekoppelde assistent in de boeken schrijven. Zie Inboeken.

Een import is een bestand met transacties dat je uploadt, plus alles wat Muntar ermee doet. Het bestand wordt eerst ingelezen en per regel voorzien van een voorstel. Daarna beoordeel je die regels en pas dan worden ze geboekt.

Een import heeft een status: “Voorbeeld”, “Te beoordelen”, “Geboekt” of “Ongedaan gemaakt”. Onder “Eerdere imports” staan ze allemaal terug. Een geboekte import kun je met “Ongedaan maken” terugdraaien; de regels worden dan tegengeboekt. Zie Importeren.

Deze zes komen langs zodra een rekening in een andere munt staat dan je werkruimte rekent.

Begrip Wat het is
Basisvaluta De ene munt waarin je werkruimte alles optelt. De eigenaar stelt hem in, en na de eerste boeking ligt hij vast
Rekeningvaluta De munt van één rekening, zoals hij bij de bank of de broker staat. Je kiest hem bij “Valuta” als je de rekening aanmaakt
Boekingskoers De koers van de boekdatum, die permanent aan die boekingsregel blijft hangen
Waarderingskoers De koers van vandaag, die Muntar alleen gebruikt om het grote getal op het overzicht te tonen
Oorspronkelijk bedrag Het bedrag in vreemde munt zoals de bank het in een bankbestand meldt, met de koers die zij gebruikte. Alleen ter informatie
Valutakosten De categorie waar het verschil op komt tussen wat je verzond en wat er werkelijk aankwam bij een overboeking tussen twee munten

Een boekingskoers en een waarderingskoers kunnen uit elkaar lopen, en dat is de reden dat het grote getal op het overzicht soms niet gelijk optrekt met de grafiek eronder. Het verschil heet ongerealiseerd koersresultaat en wordt nooit een boeking. Zie Valuta en basisvaluta.

Deze vier gaan niet over je administratie maar over hoe je binnenkomt.

Begrip Wat het is
Passkey Een sleutel op je apparaat waarmee je inlogt zonder wachtwoord
Tweede stap Een extra bewijs na je wachtwoord, met een code of een passkey
Herstelcode Een eenmalige code voor als je je authenticator-app niet hebt
Stap-up De korte bevestiging vóór een handeling die je toegang raakt

Een passkey ligt in je apparaat of in de sleutelhanger van je browser en gaat er niet uit. Je gebruikt hem met je vingerafdruk, je gezicht of de pincode van dat apparaat. Muntar bewaart alleen het publieke deel, waarmee niemand kan inloggen. Op het inlogscherm staat dan “Inloggen met een passkey”. Zie Account en werkruimtes.

De tweede stap komt na je wachtwoord: een code van zes cijfers uit een authenticator-app op je telefoon, of je passkey. Je stelt hem zelf in onder “Profiel & beveiliging”, en de eigenaar van een werkruimte kan hem voor iedereen verplicht stellen. Zie Inloggen.

Een herstelcode is je reserve voor als je je telefoon niet hebt. Je krijgt er tien bij het instellen van de tweede stap, elk goed voor één keer. Zie Profiel en beveiliging.

Een stap-up is de vraag “bevestig dat jij het bent”, vlak voor een handeling die je toegang raakt: je e-mailadres wijzigen, een passkey toevoegen, een sessie intrekken of een API-key aanmaken. Je bevestigt met je wachtwoord, een code of je passkey, en daarna heb je tien minuten om die handeling af te ronden. Ook als je net inlogde, vraagt Muntar hem opnieuw zodra die tien minuten voorbij zijn.