Ga naar inhoud

Vrij inzetbaar

Je netto vermogen zegt wat je hebt. “Vrij inzetbaar” zegt wat je kunt missen. Op het overzicht staan daarvoor twee tegels: “Vrij inzetbaar” en “Liquide”. Onder de eerste staan de aannames waarmee Muntar rekent.

“Liquide” is het deel van je vermogen dat op korte termijn beschikbaar is. Welke rekeningen dat zijn, ligt vast in de soort rekening die je bij het aanmaken hebt gekozen.

Soort rekening Liquiditeit Telt mee
“Betaalrekening”, “Spaarrekening”, “Contant” “Liquide” Ja
“Beleggingsrekening (bijv. DEGIRO)” “Liquide” Ja, het geldsaldo en de posities die eronder ontstaan
“Pensioenbeleggen” “Beperkt opneembaar” Nee
“Overig bezit (auto, vastgoed)” “Niet liquide” Nee
“Lening of schuld” “Liquide” Ja, en die gaat er volledig af

Een schuld gaat er dus in zijn geheel af, ook als je hem pas over jaren hoeft af te lossen. Muntar kent geen verschil tussen kortlopend en langlopend.

Van dat liquide bedrag houdt Muntar twee dingen apart: je noodbuffer en je reserves. Wat overblijft is “Vrij inzetbaar”.

Vrij inzetbaar = liquide vermogen min noodbuffer min reserves.

Het bedrag zakt nooit onder nul. Kom je tekort, dan staat er “€ 0,00” met een aparte regel eronder die zegt hoeveel je tekort komt.

Onder het bedrag staat in kleine letters waar het vandaan komt. Vier soorten regels kunnen daar staan.

Regel Wanneer
“Noodbuffer: 6 maanden vaste lasten van € 1.500,00” Altijd, met jouw eigen instelling erin
“Reserve Btw: € 2.000,00” Eén regel per reserve die in je werkruimte staat
“Tekort ten opzichte van buffer en reserves: € 800,00” Alleen als buffer en reserves niet gedekt zijn
“Alleen liquide rekeningen tellen mee; pensioen en illiquide bezittingen niet.” Altijd, als herinnering aan wat er buiten blijft

De buffer is het aantal maanden vaste lasten dat je altijd achter de hand wilt houden. Je stelt hem in bij “Rekeningen & entiteiten”, onder “Buffer”. Daar staat de uitleg ook: “De aannames waarmee Muntar bepaalt hoeveel van je liquide vermogen echt vrij inzetbaar is: een noodbuffer van dit aantal maanden vaste lasten blijft altijd achter de hand.”

Je vult twee velden in en drukt op “Buffer opslaan”.

Veld Wat je invult
“Aantal maanden buffer” Een heel getal van 0 tot en met 60
“Vaste lasten per maand” Wat er elke maand hoe dan ook uitgaat

Een nieuwe werkruimte begint op zes maanden en € 0,00 vaste lasten. Zes maanden keer nul is nul, dus zolang je die vaste lasten op nul laat staan houdt de buffer niets apart. De regel “Noodbuffer: 6 maanden vaste lasten van € 0,00” blijft dan wel staan, zodat je ziet dat er nog niets is ingevuld.

Zie Noodbuffer en vaste lasten.

Naast de buffer kan een werkruimte reserves hebben: bedragen die je apart houdt voor iets wat je al weet, zoals de inkomstenbelasting of de btw. Elke reserve gaat van je liquide vermogen af en krijgt een eigen regel onder de tegel, met haar soort en haar bedrag erbij.

De soorten die Muntar kent zijn “Inkomstenbelasting”, “Btw”, “Zvw-bijdrage”, “Geplande uitgave” en “Eigen reserve”. Een reserve van de soort noodbuffer telt hier niet mee: die rol vult “Aantal maanden buffer” al, en anders zou dezelfde buffer twee keer van je vermogen af gaan.